19 september 2024
Je moet echt elkaars taal leren spreken
‘Estea begrijpt onze conceptuele doelstellingen, zoals de community care waar we mee bezig zijn. Ze gingen proactief op zoek naar de mogelijkheden. Op visie vinden we elkaar goed, dat is enorm helpend voor ons allebei.’
De ervaring van Sigrid van der Heide en Sjanie Koedoot, Vecht en IJssel
Het was 2019 toen de jaren ’60 zorgflat Zuylenstede bij Estea in beeld kwam. Een groot, sterk verouderd gebouw. Het gebouw was niet meer zorggeschikt en had een hoge energielast.
In 2021 begon Estea aan een grote renovatie van de jaren ’60 zorgflat Zuylenstede, gelegen in het hart van de Utrechtse wijk Overvecht. Estea kocht het gebouw, transformeerde het naar een modern en duurzaam complex en verhuurde het gedeeltelijk weer terug aan de zorgorganisatie.
Met 300 bewoonde appartementen en studio’s een enorm project en ook een logistieke uitdaging. Het pand werd per verdieping verbouwd. Bewoners verhuisden 6 weken tijdelijk naar een wisselwoning en mochten daarna weer terug naar hun mooie nieuwe plek.
Sigrid van der Heide en Sjanie Koedoot, bestuurder en directeur welzijn en zorg bij zorgorganisatie Vecht en IJssel, blikken terug op die periode. Ook vertellen ze waar voor hen de passie zit in dit werk.
‘Wat mij drijft, is mensen steeds een stapje verder te zien groeien in hun ontwikkeling,’ begint Sigrid. ‘En dat geldt niet alleen voor de medewerkers, maar ook voor cliënten. Daar doe ik het voor. En het is ontzettend mooi om vanuit deze rol een bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappelijke vraagstukken die op dit moment spelen. We krijgen steeds meer ouderen in Nederland. We moeten voor ze zorgen, met de beperkte middelen en beperkte handjes die we hebben. Want we hebben echt een moeilijke arbeidsmarkt op dit moment. Voor mij is de uitdaging er toch voor te zorgen dat mensen echt betekenisvol kunnen leven in deze maatschappij.’
Sjanie vult aan: ‘Mijn drive in deze functie is om er echt in verbinding met medewerkers en bewoners het beste van te maken met elkaar. Dat medewerkers met plezier naar het werk gaan en bewoners veel leefgeluk ervaren.’
Beiden zijn ze zo’n 2,5 jaar werkzaam bij Vecht en IJssel. De renovatie was toen al in volle gang.
Sigrid: ‘Mijn voorgaande bestuurder was daar al mee bezig, ik heb het stokje overgenomen. En natuurlijk had ik me netjes ingelezen en een overdracht gehad. Je stapt echter in een lopend proces en daarbinnen moet je kennismaken met elkaar. En tegelijkertijd meteen samen resultaten boeken. Ik vond dat in het begin erg zoeken. Wat was nou de precieze opdracht? Wat is ons gezamenlijk belang? Wie doet wat? Je moet elkaar vinden, zowel op inhoud als qua relatie. Elkaar leren kennen als persoon vind ik dan heel belangrijk.
‘Ik kan me voorstellen dat het voor Teus en Petra ook flink schakelen was. Zij zaten al in het traject met onze voorgangers en moesten ineens twee nieuwe personen up-to-speed brengen voor de rest van het project. Het geduld wat ze daarmee hebben gehad, waardeer ik heel erg. Er was altijd ruimte om iets nóg een keer uit te leggen.
Het was in het begin erg zoeken naar elkaar. Maar zolang je maar goed voor ogen houdt wat het perspectief en het belang van de ander is, daar respect voor hebt, komt dat goed. En ook dat heb ik bij Teus en Petra echt gemerkt. Er werd geluisterd en meegedacht. Het is echt mede dankzij Estea dat we zo goed konden instappen.’
Sjanie kwam automatisch al in contact met Estea tijdens haar sollicitatieprocedure. ‘We zaten letterlijk in de bouwkeet. Dus ik leerde al heel snel Teus, Petra en de mensen van de bouw kennen. En je stapt in een fors renovatietraject, maar je hebt ook nog je ‘normale baan.’ Er moeten ook andere dingen gebeuren. Dat vond ik soms wel zoeken naar een goede balans. Maar dat lukte omdat er vooral goede wil, inlevingsvermogen van alle kanten en respect voor elkaar was. Ik heb het als een hele fijne samenwerking ervaren.’
‘Je moet echt elkaars taal leren spreken,’ vertelt Sigrid. ‘Je hebt de taal van de bouw en de taal van de zorg. En hoewel je dat niet per se wilt, zijn dat toch twee verschillende werelden. Dat heeft even tijd nodig om die bij elkaar te krijgen. Maar dat is allemaal goed gekomen.’
Sjanie legt uit hoe die werelden uiteindelijk bij elkaar kwamen. ‘Ik herken wat Sigrid vertelt over het geduld van Estea. Ik kwam daar als locatiemanager toen de renovatie in volle gang was. Er kon altijd een overleg tussendoor, ook met Akor, het bouwbedrijf, wat mij enorm geholpen heeft er goed in te rollen. En ja, het was inderdaad zoeken naar een gezamenlijke taal, maar we hebben elkaar echt gevonden. En het mooie is, ik heb heel veel over de bouw geleerd, de bouwvakkers leerden weer meer over de zorg. Dat was een hele leuke bijkomstigheid en leverde ook wederzijds begrip op.’
Ook het contact met de bewoners verliep goed. Ze werden bij het proces betrokken en je zag dat ze dat leuk vonden. ‘En natuurlijk hebben we klachten gehad, onder andere over de geluidsoverlast. En ook wel zo ver dat er een advocaat bijgehaald moest worden. Dat zijn dingen, die gebeuren. Maar ook toen stonden we als Vecht en IJssel en Estea naast elkaar. Dat geeft vertrouwen,’ vertelt Sjanie.
Sigrid: ‘Zo zie je maar dat crisis verbindt met elkaar. We hebben een aantal crisis-achtige situaties met elkaar meegemaakt. En uiteindelijk, als je gewoon de dingen op tafel legt en een goed gesprek met elkaar voert, dan word je alleen maar sterker samen. Op gegeven moment was er ook een issue waarbij RTV Utrecht bij betrokken raakte. Een bewoner was zeer ontevreden over de geluidsoverlast en haalde de media er bij. Dan heb je elkaar ook heel hard nodig, om de negatieve aandacht te pareren. Gezamenlijk optrekken en goede afspraken maken is dan echt nodig. En de neuzen dezelfde kant op, voor de goede zaak.’
‘Die goede zaak, dat zijn natuurlijk de bewoners,’ vult Sjanie aan. ‘En wat Sigrid zegt, klopt. Het is soms even zwaar voor bewoners, maar uiteindelijk krijgen ze er een prachtig gerenoveerd appartement voor terug, waar het in de zomer lekker koel blijft en in de winter lekker warm. We hebben nu mooie gezamenlijke ruimtes beneden. We zijn dat blijven benoemen naar de bewoners. En ik denk dat die stip op de horizon er aan bijgedragen heeft dat het allemaal zo goed gelukt is.
En wat RTV Utrecht betreft, eerst houd je je adem in. Maar door hun (negatieve) aandacht voor Zuylenstede kregen ook de burgemeester en wethouder interesse. We hebben met hen toen een rondje gelopen door het pand, om te laten zien hoe trots we waren. En dat heeft er weer in geresulteerd dat de burgemeester hier afgelopen Koningsdag ons evenement officieel geopend heeft. Zo zie je dat uit een crisis weer iets heel moois kan komen.’
Volgens Sjanie heeft de renovatie ook heel veel opgeleverd. Voor bewoners in ieder geval reuring en verbinding. ‘Voor heel veel bewoners is de dag natuurlijk elke dag zo’n beetje hetzelfde. En met die verbouwing was er altijd wel wat te doen. Er werden extra activiteiten georganiseerd. En om hen te ontlasten qua geluid, werd dat ook regelmatig buiten Zuylenstede gedaan. Een aantal bewoners missen nog steeds de bouwvakkers. En het winkeltje ook, want de bouwvakkers zorgden voor een mooie omzet!’
Ook de gezamenlijkheid was mooi om te zien. Hele verdiepingen verhuisden, dus dat deed je met elkaar. Dat verbindt ook de bewoners onderling. ‘Het klinkt bijna of ik het mis,’ zegt Sjanie, ‘dat is niet zo. Maar het had wel iets moois.’
Er zijn ook lessen geleerd. De dingen die minder goed gingen, worden natuurlijk meegenomen voor eventuele volgende bouwprojecten, vertelt Sigrid. Zo had er bijvoorbeeld wat meer sturing mogen zijn voor de ICT. Dat had intern beter in kaart gebracht kunnen worden.
Het leven voor de mensen in Zuylenstede is nu aangenaam en rustig. Sjanie: ‘Mooi ook is dat we een gedeelte hebben verhuurd aan Stichting Zorgtrecht (dagbesteding in Utrecht). Zo kunnen we nog meer mensen onderdak geven.’
Sigrid vervolgt: ‘Daarbij denkt Estea trouwens ook heel goed mee. Ze begrijpen onze conceptuele doelstellingen, zoals de community care waar we mee bezig zijn. Estea ging proactief op zoek naar de mogelijkheden. Op visie vinden we elkaar goed, dat is enorm helpend voor ons allebei.’
Dat Vecht en IJssel zelf de verhuur van de woningen regelt, werkt ook goed. ‘Het helpt ons om zicht te krijgen op alle bewoners, in dat kleine samenlevinkje op Zuylenstede. Daardoor zijn we in staat om te weten wat er zich mogelijk achter de voordeuren afspeelt en kunnen we vroegtijdig anticiperen,’ legt Sigrid uit. ‘We hebben meer te doen met minder handen, dan is het belangrijk dat wij veel meer preventief handelen in onze dienstverlening. Estea zag dit voordeel en ging ook mee in die constructie, ondanks dat het niet heel gebruikelijk is. Er wordt vooral gedacht in mogelijkheden.’
Sjanie vult aan: ‘Je doet het allemaal voor het welzijn van de bewoners. Bij de mensen van Estea zie je die bevlogenheid en betrokkenheid bij de maatschappelijke opgave waar we voor staan. Dat is zwaarwegender dan het financiële.’
Over toekomstige projecten is Sigrid helder: ‘dan gaan we zeker weer met Estea om de tafel. Onze visies sluiten zo mooi op elkaar aan. Wij voelen het mensgerichte van Estea. Dat ervaren we echt zo. Estea is een fijne partner.’
Sigrid en Sjanie vinden allebei dat er in de toekomst anders gekeken moet gaan worden naar de zorg. Sigrid: ‘We kunnen niet blijven doen wat we deden. We moeten kritischer gaan kijken naar wat we doen. Is het nou echt zorg? Wat vinden we eigenlijk zorg? Wat hoort daar wel en niet bij? Wat kan de client nog zelf (aanleren) met eventueel ondersteuning van technologie? Het is belangrijk dat we niet alleen naar de cliënt kijken, maar ook naar zijn/haar sociale omgeving. En dat vanuit de overtuiging dat je moet kunnen blijven leven met je dierbaren om je heen. Daar word je het meest gelukkig van. Dus dat koesteren we. En we vullen dat aan met professionele zorg als dat nodig is.’
Vastgoed speelt een ontzettend belangrijke rol in de zorg, legt Sigrid uit. ‘Je ziet steeds meer leefgemeenschappen ontstaan. Vastgoed moet daarin voorwaardenscheppend zijn om dat concept goed te laten functioneren. Ik geloof heel erg in een gemixte bevolkingsopbouw. Niet alleen hulpbehoevende ouderen bij elkaar zetten, maar ook vitale ouderen. En jongere generaties zelfs. Zo bouw je een duurzame samenleving op. Het vastgoed moet daar wel op afgestemd zijn. Zo moet er fysiek voldoende ruimte zijn om het leven te vieren en te leven. Maar ook voldoende natuur en groen.’
Volgens Sjanie zie je dat nu gebeuren bij Zuylenstede. ‘De mensen van de aanleunwoningen willen graag van betekenis zijn voor de mensen die meer zorg krijgen. Ze doen taxiritjes voor elkaar bijvoorbeeld. Laatst was er iemand in zijn palliatieve fase, maar hij wilde heel graag nog een ijsje gaan eten bij Van der Linden in Amsterdam. Een andere bewoner is toen met hem mee gegaan. Gewoon, omdat ze elkaar kennen van de gang. Zulke dingen zijn fijn voor de ontvanger, maar het is ook zingevend voor degene die helpt. En dat vind ik zó mooi, dat is voor mij de essentie van samen zorgen.’
